Een minderheidskabinet heeft geen vaste meerderheid in het parlement en moet voor elk wetsvoorstel steun zoeken bij de oppositie. Dit dwingt tot intensief polderen, continue onderhandelingen en wisselende bondgenootschappen op het Binnenhof. Het fenomeen legt de ware machtsverhoudingen bloot tussen de uitvoerende macht en de Tweede Kamer.