Bedrijven in Nederland moeten hun ecologische beloftes aanzienlijk beter onderbouwen door aangescherpte Europese wetgeving. De anti-greenwashing regels stellen een formeel verbod in op vage termen zoals ‘milieuvriendelijk’ of ‘groen’, tenzij de claims direct en aantoonbaar worden bewezen volgens vastgestelde Europese kaders.
De maatregelen vloeien voort uit de Europese richtlijn ter versterking van de positie van de consument voor de groene transitie. Doel van de wetgeving is het beschermen van consumenten tegen misleidende marketing en het waarborgen van eerlijke concurrentie voor bedrijven die daadwerkelijk investeren in duurzaamheid.
Verbod op niet-onderbouwde termen en claims
Onder de nieuwe wetgeving is het gebruik van algemene milieuclaims verboden als er geen erkende uitmuntende milieuprestaties aan ten grondslag liggen. Bedrijven mogen producten niet langer zomaar aanprijzen met kreten als ‘klimaatneutraal’, ‘biologisch afbreekbaar’ of ‘eco’ zonder onafhankelijke certificering.
Vooral claims die zijn gebaseerd op het compenseren van broeikasgassen liggen onder het vergrootglas. Het claimen dat een product klimaatneutraal is puur omdat een onderneming elders bomen plant of emissierechten opkoopt, is onder de regelgeving expliciet aan banden gelegd.
- Algemene claims: Termen als ‘milieuvriendelijk’ en ‘groen’ zijn verboden zonder erkende certificering.
- Compensatieclaims: Claims over CO2-neutraliteit die leunen op externe compensatieprojecten zijn niet langer toegestaan.
- Duurzaamheidslabels: Alleen officiële keurmerken of labels gebaseerd op gecertificeerde verificatiesystemen mogen nog worden getoond.
Toezicht en handhaving door de ACM
In Nederland ligt de handhaving van consumentenregels op het gebied van oneerlijke handelspraktijken bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM). De toezichthouder trad al langer op tegen misleidende duurzaamheidsclaims via haar eigen ‘Leidraad Duurzaamheidsclaims’, maar beschikt door de formele wetgeving over scherpere juridische instrumenten.
Ondernemingen die de regels overtreden, riskeren formele waarschuwingen, dwangsommen of aanzienlijke boetes. De toezichthouder richt zich vooral op sectoren waar verwarring veel voorkomt, zoals de kledingindustrie, de energiesector en de reisbranche.
Gevolgen voor de winkelende consument
Voor consumenten betekent de aangescherpte wetgeving vooral meer duidelijkheid in het schap. Misleidende logo’s die lijken op officiële keurmerken, maar door fabrikanten zelf zijn ontworpen, moeten verdwijnen.
Ook claims over toekomstige milieuprestaties worden strenger gecontroleerd. Een onderneming mag alleen nog communiceren over doelen voor bijvoorbeeld 2030 of 2040 wanneer er een gedetailleerd, haalbaar en door derden geverifieerd implementatieplan klaarligt.
Volgende stappen voor ondernemingen
Bedrijven worden geacht hun verpakkingen, marketingcampagnes en websites te screenen op terminologie die onder het verbod valt. Omdat de implementatietermijnen stapsgewijs in nationale wetten zijn vastgelegd, controleren brancheorganisaties momenteel nauwlettend of de huidige bedrijfsinformatie aansluit bij de geldende voorschriften.
Consumenten en marktpartijen die twijfelen over specifieke claims of richtlijnen, kunnen de officiële publicaties en leidraden van de toezichthouder raadplegen voor de actuele juridische stand van zaken.







